Tweede nota van wijziging Belastingplan 2013

8 november 2012

De tweede nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2013 bevat de uitwerking van de fiscale maatregelen uit het regeerakkoord voor zover deze zouden moeten ingaan op 1 januari 2013. Het gaat om de volgende maatregelen:
1. Het niet invoeren van het vitaliteitssparen.
2. De verhoging van het tarief van de assurantiebelasting.
3. De invoering van de werkbonus voor ouderen.
4. Het schrappen van de aftrekbaarheid van de beloning voor assurantietussenpersonen.

Niet invoeren vitaliteitssparen
Op grond van het Belastingplan 2012 zou in 2013 vitaliteitssparen worden ingevoerd. Nu wordt voorgesteld het vitaliteitssparen niet in te voeren in verband met het intrekken van het wetsvoorstel ter herziening van de fiscale behandeling van woon-werkverkeer. De mogelijkheid om een levenslooptegoed fiscaal geruisloos door te storten naar vitaliteitssparen gaat uiteraard ook niet door.

Verhoging assurantiebelasting
De verhoging van het tarief van de assurantiebelasting van 9,7% naar 21% gebeurt met ingang van 1 januari 2013. Deze nota van wijziging bevat overgangsrecht voor de verhoging van het tarief van de assurantiebelasting.

Invoeren werkbonus
Er komt een werkbonus voor werknemers die aan het begin van het kalenderjaar ouder zijn dan 60 jaar maar jonger dan 64 jaar met een arbeidsinkomen tussen 90% en 175% van het wettelijk minimumloon. De werkbonus over 2013 wordt via de definitieve aanslag uitbetaald.

Schrappen aftrekbaarheid beloning assurantietussenpersonen
Wanneer de beloning van assurantietussenpersonen was opgenomen in de premie was het vaak niet mogelijk om de beloning te onderscheiden van de overige elementen van de premie. Om die reden waren ook direct aan de tussenpersoon betaalde beloningen aftrekbaar. Door de invoering van het provisieverbod moet de beloning voor de tussenpersoon afzonderlijk in rekening worden gebracht. Er is daarom geen reden meer om deze aftrekbaar te laten zijn.

Afdrachtvermindering onderwijs
In het regeerakkoord is opgenomen dat de afdrachtvermindering onderwijs per 1 januari 2014 wordt afgeschaft. De in het Belastingplan 2013 opgenomen aanpassingen van deze afdrachtvermindering vervallen om die reden. Wel worden de bedragen van de afdrachtvermindering onderwijs verlaagd met 3,41%.

HIR-lichaam
De Wet op de Vennootschapsbelasting bevat een bepaling tegen de handel in lichamen met een herinvesteringsreserve (HIR-lichaam). In de praktijk wordt getracht deze regeling te ontgaan door het HIR-lichaam een bedrijfsmiddel te laten kopen en dan het belang in het lichaam over te dragen. Voorgesteld wordt om de regeling te verduidelijken en aan te scherpen. Bij een belangenwisseling binnen zes maanden nadat een bedrijfsmiddel is verworven wordt een verband tussen de belangenwijziging en de verwerving van het bedrijfsmiddel aanwezig geacht. De HIR wordt aan de winst toegevoegd. Er komt een tegenbewijsregeling.

Samenloopvrijstelling omzetbelasting/overdrachtbelasting
De zogenaamde samenloopvrijstelling heeft als doel bij de overdracht van een onroerende zaak heffing van omzetbelasting en overdrachtsbelasting te voorkomen door vrijstelling van overdrachtsbelasting te verlenen. Wanneer een onroerende zaak binnen zes maanden na eerste ingebruikname of de ingangsdatum van de verhuur wordt verkregen door een verkrijger die de omzetbelasting geheel of gedeeltelijk in aftrek kan brengen, kan toch de vrijstelling van overdrachtsbelasting worden toegepast. De termijn van zes maanden is in de huidige omstandigheden te kort en wordt verruimd tot 24 maanden voor de periode tot 1 januari 2015 als de ingebruikname als bedrijfsmiddel of eerdere verhuur plaatsvindt op of na 1 november 2012.

Familiebedrijvigheid is ons DNA

Persoonlijk, gedreven en onderscheidend. Met deze drie kernwaarden staat Van Lienden & Kooistra klaar als adviseur voor uw familiebedrijf. Een familiebedrijf is niet zomaar een bedrijf. Het is méér dan een bedrijf. Wij weten dat maar al te goed.

Alles voor familiebedrijven