Informatie en adviezen betreffende het Coronavirus


Het coronavirus heeft grote gevolgen voor de bedrijfsvoering van ondernemingen. Op dinsdag 17 maart 2020 heeft het kabinet daarom ook besloten uitzonderlijke economische maatregelen te nemen. Het doel is om naast onze gezondheid ook de banen en inkomens te beschermen en de gevolgen voor zzp’ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven op te vangen. Dit pakket biedt, zo lang als nodig is, maandelijks voor miljarden euro’s aan steun. Het pakket aan maatregelen zorgt ervoor dat personeel kan worden doorbetaald, biedt zelfstandigen een overbrugging, en maakt via versoepelde belastingregelingen, compensatie en extra kredietmogelijkheden mogelijk dat geld in de bedrijven blijft.

Handig overzicht vijf aanvraagperiodes NOW-regeling

UWV heeft een handig overzicht gemaakt van de vijf verschillende aanvraagperiodes van de NOW-regeling in 2020 en 2021.

Download de PDF

De steunmaatregelen op een rij

Dit informatieblad geeft een overzicht van de uitbreiding van het steun- en herstelpakket.

Download de PDF
 

Hieronder een toelichting van de belangrijkste maatregelen:

1. Tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten (NOW) 

De NOW-regeling is bedoeld voor werkgevers die als gevolg van het coronavirus en overheidsmaatregelen daar tegen kampen met een substantieel omzetverlies (ten minste 20%). Zij kunnen bij het UWV een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten, en hiervoor een voorschot ontvangen. Hiermee kunnen zij werknemers met een vast en met een flexibel contract doorbetalen.

De belangrijkste voorwaarden op een rij

  • NOW 3 geldt tot 1 juli 2021 (3 tijdvakken van 3 maanden), en moet afzondelijk worden aangevraagd. Het is niet verplicht om de NOW 3-regeling in alle tijdvakken aan te vragen.  
  • Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de regeling is 20%. 

Na het toekennen van de subsidie, zal de aanvrager een tegemoeting van 85 procent ontvangen in drie termijnen. Het aanvraagtijdvak voor de vierde tranche was van 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor de vijfde tranche is het aanvraagtijdvak 17 mei tot en met 13 juni 2021. Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij het UWV een tegemoetkoming voor de maanden april tot en met juni 2021 aanvragen ter hoogte van maximaal 85% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies.

Het omzetverlies wordt vastgesteld over een aaneengesloten driemaandsperiode die start op 1 april 2021, 1 mei 2021 of 1 juni 2021 en volgt daarbij de systematiek van de NOW 1.0 en NOW 2.0. Indien een tegemoetkoming voor de vierde aanvraagperiode is ontvangen, dan moeten de drie maanden van de vijfde aanvraagperiode aansluiten op de drie maanden van de vierde aanvraagperiode. Als voor het eerst NOW wordt aangevraagd of als er geen tegemoetkoming voor de vierde aanvraagperiode is toegekend, dan kan worden gekozen uit omzetverlies vanaf:

  • 1 april 2021: het aan te geven percentage omzetverlies over de periode april tot en met juni 2021;
  • 1 mei 2021: het aan te geven percentage omzetverlies over de periode mei tot en met juli 2021;
  • 1 juni 2021: het aan te geven percentage omzetverlies over de periode juni tot en met augustus 2021.

Alle inkomsten uit de normale ondernemingsactiviteiten vallen onder de omzet voor de NOW-regeling. Dit zijn inkomsten uit de verkoop van goederen en diensten. Voor non-profitorganisaties wordt hiervoor gekeken naar bijvoorbeeld subsidies, bijdragen van overheidsinstellingen en donaties. Ook de volgende tegemoetkomingen worden als omzet gerekend:

  • Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL);
  • Tegemoetkoming schade COVID-19 (TOGS);
  • Regeling continuïteitsbijdrage zorg;
  • Beschikbaarheidsvergoeding OV-bedrijven;
  • Tegemoetkoming sierteelt en voedingstuinbouw;
  • Tegemoetkoming ontvangen voor het uitlenen van werknemers voor crisisbanen.

Definitieve aanvragen

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de openstelling van het NOW-loket voor definitieve aanvragen van de NOW 1.0 verlengd. Werkgevers hebben nu tot en met 31 oktober 2021 de tijd om een aanvraag in te dienen. De verruiming van de aanvraagtermijn geldt zowel voor werkgevers die een accountantsverklaring nodig hebben (voor hen lag de deadline aanvankelijk op 29 juni 2021) als voor werkgevers die een derdenverklaring of geen verklaring nodig hebben (voor hen lag de deadline op 23 maart 2021). Voor beide groepen werkgevers geldt nu dezelfde termijn. Het loket voor de definitieve berekening voor de tweede periode NOW (juni-september 2020) is juist een maand eerder opengegaan dan gepland. Werkgevers kunnen vanaf 15 maart 2021 een aanvraag indienen. Dit heeft te maken met technische werkzaamheden die in april worden uitgevoerd. De einddatum voor deze termijn blijft ongewijzigd, namelijk 5 januari 2022.

Om een te grote druk op het UWV te voorkomen heeft een langere openstelling van het loket voor de eerste periode NOW gevolgen voor de aanvraag van een definitieve berekening voor de derde, vierde en vijfde periode NOW. Die termijnen zijn daarom nu ook aangepast. Voor de derde periode NOW (oktober-december 2020) kan de definitieve berekening worden aangevraagd van 4 oktober 2021 tot en met 26 juni 2022, voor de vierde en vijfde periode (respectievelijk januari-maart 2021 en april – juni 2021) loopt de termijn van 31 januari 2022 tot en met 23 oktober 2022. 

Onze adviseurs zijn graag bereid u hierin bij te staan of de (definitieve) aanvraag voor u te verzorgen. Onze relaties zullen hierin pro-actief benaderd worden door onze adviseurs.   

2. Extra ondersteuning zelfstandig ondernemers (Tozo)

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. Het voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. En in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. 

Per 1 oktober 2020 is in de Tozo 3 een toets op beschikbare geldmiddelen ingevoerd. Deze toets komt in aanvulling op de toetsen die in de Tozo 2 bestaan. Net als bij de vermogenstoets in het Bbz wordt de toets op beschikbare geldmiddelen zodanig vormgegeven dat zelfstandigen niet worden gedwongen onderdelen van hun bedrijf of zelfstandig beroep te liquideren. Dit zou namelijk ten koste gaan van de levensvatbaarheid van de onderneming en het weer kunnen beginnen met de zelfstandige activiteiten na de coronacrisis. De toets op beschikbare geldmiddelen houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldi en aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komen voor de Tozo 3. Ander vermogen, waaronder dat uit de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten. Nadere voorlichting hierover aan ondernemers en gemeenten volgt op korte termijn.

De partnerinkomenstoets wordt ook bij Tozo 3 uitgevoerd als u de aanvullende uitkering levensonderhoud aanvraagt. De partnerinkomenstoets houdt in dat het inkomen van de partner word meegeteld het bepalen van de hoogte van uitkering. Als het huishoudinkomen boven het sociaal minimum komt, kunt u, net als bij Tozo 2 geen aanspraak maken op Tozo 3-uitkering levensonderhoud.

UPDATE 21 JANUARI 2021: Voor de Tozo geldt dat ondernemers deze uitkering vanaf 1 februari 2021 kunnen aanvragen met terugwerkende kracht vanaf de voorafgaande maand: vanaf 1 februari 2021 kan dus Tozo worden aangevraagd vanaf 1 januari 2021. Op 1 maart 2021 kan de Tozo vanaf 1 februari worden aangevraagd. Per 1 april 2021 gaat de verlengde Tozo in. In deze zogenoemde vierde verlenging zou sprake zijn van een vermogenstoets. Het kabinet ziet echter af van de invoering daarvan. Wel zal ook bij Tozo 4 een aanvraag met terugwerkende kracht gelden. Op 1 mei 2021 kan een ondernemer dus Tozo aanvragen vanaf 1 april. Het is niet mogelijk om vanuit Tozo 4 nog aanvragen te doen voor Tozo 3 (in de maanden januari tot en met maart 2021).

Klik hier voor de brief van 21 januari 2021 van de ministers Van 't Wout, Hoekstra, Koolmees en de staatssecretarissen Keijzer en Vijlbrief.   

3. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

MKB-ondernemers krijgen - bovenop de tegemoetkoming loonkosten (NOW) - een belastingvrije tegemoetkoming van het ministerie van Economische Zaken om hun vaste materiële kosten te kunnen betalen. Bedrijven krijgen, afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving (minimaal 30%) een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van 550.000 euro voor MKB-bedrijven en 600.000 euro voor niet-MKB bedrijven. 

De TVL-regeling Q1 2021 (januari tot en met maart 2021) is uitgebreid ten opzichte van de oorspronkelijke TVL-regeling. Een belangrijk verschil met de TVL uit het vierde kwartaal van 2020 is dat voor het eerste kwartaal van 2021 een andere referentieperiode geldt, namelijk januari, februari en maart 2019. Was u op 1 januari 2019 nog niet gestart met uw onderneming, dan kunt u mogelijk terugvallen op een andere referentieperiode. Zo kan er zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de kwartaalomzetcijfers die ook bekend zijn bij de Belastingdienst.

Hieronder de belangrijkste uitbreidingen op een rij:

  • Het subsidiepercentage is verhoogd naar 85% voor alle ondernemers met een omzetverlies vanaf 30%. 
  • Het minimumbedrag aan vaste lasten van een bedrijf is verlaagd naar 1.500 euro per kwartaal. Dit was 3.000 euro.
  • Het minimum subsidiebedrag per kwartaal is verhoogd naar 1.500 euro. Dit was 750 euro.
  • De Voorraadsubsidie Gesloten Detailhandel (VGD) is verlengd in Q1 2021 en verhoogd met een opslag van 21% bovenop het vastenlastenpercentage van de TVL, met een maximumvergoeding van €300.000. Dat was 5,6% met een maximum van €20.160.
  • De Horecasubsidie Voorraad & Aanpassingen (HVA) komt niet terug in Q1 2021.
  • Er komt een aparte subsidieregeling voor ondernemers die tussen 30 september 2019 en 30 juni 2020 met hun onderneming zijn gestart. Deze wordt nog uitgewerkt en gaat naar verwachting in het tweede kwartaal van 2021 open.  

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt uitgebreid in het tweede kwartaal (Q2) voor de periode april t/m juni 2021. Bedrijven en zzp’ers in Nederland kunnen subsidie aanvragen voor hun vaste lasten, wanneer zij aan de subsidievoorwaarden voldoen. De belangrijkste onderdelen van TVL Q2 2021 zijn: 

  • Het subsidiepercentage wordt verhoogd naar 100% voor alle ondernemers met een omzetverlies vanaf 30%. 
  • Het minimum subsidiebedrag per kwartaal blijft 1.500 euro. 

De TVL kan worden aangevraagd via de website rvo.nl/tvl. Het is mogelijk dat intermediairs hierin ondersteunen door middel van eHerkenning niveau 3. TVL Q1 2021 sluit op 18 mei 2021, 17.00 uur. TVL Q2 2021 gaat naar verwachting in de tweede helft van mei 2021 open. Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met de belastingadviseurs van Van Lienden & Kooistra. Klik hier voor meer informatie. 

4. Belastingmaatregelen

Tot en met 30 juni 2021 kan bijzonder uitstel van betaling worden aangevraagd voor alle aanslagen inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw), assurantiebelasting, kansspelbelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (opslag duurzame energie, energiebelasting, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater), binnenlandse accijnzen (bier, wijn, tussenproducten, overige alcoholhoudende producten, minerale oliën en tabaksproducten) en verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

De Belastingdienst kan een betaalverzuimboete opleggen indien een aangiftebelasting niet, niet volledig of niet op tijd betaald is. Deze betaalverzuimboete wordt echter vernietigd indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Er is bijzonder uitstel van betaling aangevraagd en gekregen voor een naheffingsaanslag met een betaalverzuimboete omdat het op aangifte verschuldigde bedrag niet is betaald.
  • Het gaat om een boete voor de periode waarin het versoepeld uitstelbeleid geldt. Concreet: een boete voor het tijdvak februari 2020 of later.

Tijdens het bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis worden door de Belastingdienst toch naheffingsaanslagen verstuurd voor de belastingen waarvoor bijzonder uitstel is ontvangen. Deze naheffingsaanslagen (plus eventuele betaalverzuimboeten) hoeven níet te worden betaald. De Belastingdienst verstuurt deze naheffingsaanslagen zodat belastingplichtigen een overzicht hebben van de belastingschuld die na het einde van het bijzonder uitstel afgelost moet worden.

UPDATE 21 JANUARI 2021: Het kabinet verlengt de periode dat ondernemers uitstel van belasting of een verlenging van het uitstel kunnen aanvragen tot 1 juli 2021. Ondernemers die nog niet eerder uitstel of verlenging hebben aangevraagd, kunnen dit nu alsnog doen. Voor ondernemers die eerder dit jaar al verlenging hadden gekregen, geldt het uitstel nu automatisch tot 1 juli 2021. De datum waarop ondernemers weer gaan terugbetalen schuift ook op, van 1 juli 2021 naar 1 oktober 2021. Zij krijgen 36 maanden de tijd om de belastingschuld terug te betalen.

Het kabinet onderzoekt voor na de crisis de vormgeving van belastingmaatregelen waarmee werkgevers thuiswerkkosten kunnen vergoeden. Daarbij wordt ook gekeken naar de samenhang met bestaande reiskostenvergoedingen. Dit jaar kunnen werkgevers zo’n vergoeding ook via de werkkostenregeling geven. Deze regeling wordt opnieuw verruimd, net zoals vorig jaar. Daarnaast kunnen werkgevers tot 1 april 2021 bestaande vaste reiskostenvergoedingen opnieuw onbelast vergoeden.

Ondernemers die als gevolg van de coronacrisis te maken hebben met een omzetdaling, kunnen in 2021 weer het zogenaamde gebruikelijk loon lager vaststellen. Hier zijn wel nieuwe voorwaarden aan verbonden, vergelijkbaar zoals bij andere steunmaatregelen. Het urencriterium dat geldt om gebruik te maken van bepaalde aftrekposten (zoals de zelfstandigenaftrek) wordt wegens de coronacrisis opnieuw versoepeld tot 1 juli 2021.

De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt ook in 2021 verruimd. De vrije ruimte voor 2021 bedraagt 3% over de eerste € 400.000 loonsom per werkgever en 1,18% over het meerdere. Met de extra vrije ruimte krijgen werkgevers meer ruimte om eventuele thuiswerkvergoedingen die niet onder de gerichte vrijstellingen vallen, onbelast te vergoeden. Daarnaast is het mogelijk om onder voorwaarden bepaalde thuiswerkgerelateerde kosten onbelast te vergoeden, zoals bijvoorbeeld Arbo voorzieningen en ICT-middelen. Bij Arbo voorzieningen kan gedacht worden aan het faciliteren van een ergonomisch verantwoorde werkplek, waaronder een bureaustoel. Onder ICT-middelen valt bijvoorbeeld een noodzakelijke laptop.

Klik hier voor de brief van 21 januari 2021 van de ministers Van 't Wout, Hoekstra, Koolmees en de staatssecretarissen Keijzer en Vijlbrief. Voor meer informatie over de belastingmaatregelen verwijzen wij u naar de website van de Rijksoverheid.  

5. Verruiming regeling Garantie Ondernemersfinanciering

Ondernemingen die problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen en bankgaranties kunnen gebruik maken van de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling (GO). Het kabinet stelt voor het garantieplafond van de GO te verhogen van 400 miljoen naar 1,5 miljard euro. Met de GO helpt EZK zowel het MKB als grote ondernemingen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties, (minimaal 1,5 miljoen – maximaal 50 miljoen euro per onderneming). Het maximum per onderneming wordt tijdelijk verruimd naar 150 miljoen euro. Het Kabinet committeert zich om alle garantieruimte te verstrekken die nodig is.

6. Tijdelijk borgstelling voor land- en tuinbouwbedrijven

Voor de land- en tuinbouwbedrijven komt er een tijdelijke borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL). Daarmee staat het kabinet borg voor de kredieten van agrarisch ondernemers. Het kabinet streeft ernaar om deze tijdelijke verruiming van de BL spoedig open te kunnen stellen.

7. Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten

Indien het inkomen aanzienlijk gedaald is door de coronacrisis waardoor noodzakelijke kosten als woonkosten niet meer betaald kunnen worden, dan kan de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) mogelijk helpen. De TONKregeling is gebaseerd op de ‘bijzondere bijstand’ en is sinds maart aan te vragen of kan binnenkort worden aangevraagd. Dit verschilt per gemeente. Zo'n aanvraag kan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.

De TONK-regeling kan worden aangevraagd via de website van de gemeente waarin u woonachtig bent. De voorwaarden voor de TONK-regeling zijn:

  • De aanvrager is 18 jaar of ouder;
  • Het inkomensverlies is aanzienlijk als gevolg van de coronacrisis;
  • De woonkosten kunnen niet meer uit het huishoudinkomen of het vermogen worden betaald;
  • Ook met een andere financiële regeling of uitkering, zoals een toeslag van het UWV op de WW-uitkering, zijn er onvoldoende inkomsten om de woonlasten (hypotheek, kosten van gas, water en elektriciteit, servicekosten en gemeentelijke belastingen) te betalen. 

De tegemoetkoming geldt voor maximaal 6 maanden (tot en met juni 2021). Als de tegemoetkoming bijvoorbeeld op 1 april 2021 wordt aangevraagd, bestaat er ook nog recht op de TONK voor januari, februari en maart 2021 als dat nodig is.

Belangrijke websites

Deze informatie is bijgewerkt tot 14 april 2021 16.45 uur. De ontwikkelingen worden door onze adviseurs op de voet gevolgd. Wij doen er alles aan u zo volledig mogelijk te blijven informeren over de voor u relevante onderwerpen.

Neem direct contact op